De Camellia's in de Botanische Tuin van Leuven

André Degeest en George Kelly

Het verhaal van de Camellia's is tevens dat van de Nederlandse Oost-Indische Compagnie, de Botanische Tuinen van de universiteitssteden Leuven en Leiden, de Belgische Omwenteling in 1830 en nog een aantal wetenswaardigheden.
Dr. von Siebold was een Duitse medicus, maar ook plantenjager voor de hierboven reeds aangehaalde Compagnie. Verder moet hij een doordrijver geweest zijn want na flink wat tegenslagen wist hij een verzameling planten vanuit Japan te verzenden richting Leiden in Nederland. Dit gebeurde via de haven van Antwerpen.
In onze tijden van mondialisering, globalisering en dies meer is het raadzaam in gedachten te houden dat dit in de 19de eeuw wel even anders was. Japan voerde een zeer rigoureuse politiek van isolationisme, bewust als het was van de militaire sterkte van het westen. Het wantrouwen tegen elke vreemde invloed of aanwezigheid werd er enkel maar door aangezwengeld. Aangelande vreemdelingen werden onder permanente observatie gehouden op het kleine door mensenhanden aangelegde eilandje Deshima, in de haven van Nagasaki. Reeds in de 16de eeuw stuurde het Westen katholieke en protestantse zendelingen naar deze contreien. Deze bekeringsijver werd als voorwendsel aangewend om in het geheim staatkundige invloed uit te oefenen. Het duurde dan ook niet lang of in 1636 werd Deshima gesticht. Daar goldt dan vanlangsom meer stringent toezicht op de vreemdelingen. Dat deze laatsten dit zelf in de hand werkten blijkt uit het boek van Laurence Oliphant "Reis door China en Japan". Hij beschrijft de Nederlandse kapitein van het schip van de botanicus Thunberg die gekleed ging in "eene broek, die zelfs voor een 'Nederlander buitengewoon wijd was en die zoo zwaar met verborgen sluikwaren was geladen, dat hij, om te kunnen loopen, tusschen twee matrozen in moest gaan.' " Een andere smokkelende (Britse) zeeman "werd genoodzaakt zijne broek te vernaauwen tot de maat van die gedragen door zwaarwichtige burgemeesters (...)" Een volgende "werd verraden door een onbescheiden papegaai, die in zijn zak begon te spreken; een ander had dollars in zijne onderbroek genaaid, zoodat het onderzoek der Japanners naauwkeuriger werd dan ooit, en zelfs de kazen doorboord en onder verdenking staande eijeren gebroken werden." De auteur vat samen: "Van dien tijd af vertrouwde men niemand meer."
Siebold was er echter de man niet naar bij de pakken te blijven zitten. Als practiserend oogarts wekte hij door zijn deskundigheid heel wat dankbaarheid op bij de plaatselijke bevolking. Hij liet de blinden weer zien en als honorarium voor de cataractoperaties vroeg hij zijn patiënten het voor hem verboden land op planten te exploreren.
Het duurde dan ook niet lang of de botanische tuin van Deshima barstte uit zijn voegen. Siebold's aanzien steeg in die mate dat hem het uitzonderlijke privilege werd vergund zich buiten het eilandje te vestigen.
En weer gaf de man blijk van initiatief: de plantenjager werd spion. Met behulp van de hofastronoom in Tokyo kreeg hij hoogst geheime landkaarten van Japan in handen. Dit bezwarend materiaal werd evenwel ontdekt toen het schip dat hem van Tokyo terug naar Deshima bracht tijdens een storm strandde. De astronoom pleegde zelfmoord en Siebold bracht het ganse jaar 1829 in de gevangenis door.
Op zijn vrijlating volgde verbanning met onmiddellijke ingang en op 2 januari 1830 zeilde hij richting Nederland met een verzameling van zowat 500 nieuwe planten.
Jammer genoeg was de timing enigszins ongelukkig. Tijdens de tussenstop in Antwerpen brak de Belgische onafhankelijkheidsstrijd uit en de Nederlandse koning Willem I zag zich verplicht zijn bezettingsleger terug te trekken.
De waardevolle planten bleven op de Antwerpse kade staan. Uiteindelijk vonden ze een onderkomen in een tuin te Antwerpen of te Gent. De geschiedenis biedt hierover geen uitsluitsel. Wat wel beschreven wordt, is dat in de bewuste tuin een cavalerieregiment gehuisvest werd, wat niet meteen garant staat voor een optimaal onderhoud van botanische rariteiten. Voeg daarbij het feit dat de plaatselijke plantentelers zich ook niet onbetuigd lieten en de verzameling temidden van de paarden begonnen te plunderen. Waarschijnlijk heeft dit heel wat planten van de ondergang gered. Wat vaststaat is dat de vermenigvuldiging van deze planten mee de welvaart van Gent heeft bevorderd.
Over de camellia's ontfermde zich André Donckelaer, hoofdtuinier van de "Kruidtuin" van Leuven en nadien van die van Gent
Dit betekende meteen het begin van een belangrijke camelliateelt in onze regionen. Meer dan 450 variëteiten werden ontwikkeld en België werd het wereldcentrum voor deze activiteit.
Paul Geerts, onze Vlaamse tegenhanger als tuincolumnist voor wijlen de Engelsman Christopher Lloyd, vermeldt in een interessant artikel over de Camelliateelt dat de basis van de Belgische Camelliakweek begon met zes variëteiten die door von Siebold achtergelaten werden: 'Doncklaari', 'Ocroleuca', 'Tricolor', 'Candidissima', 'Delicatissima' en 'Multiflora'. Hieraan werd import uit Engeland en Italië toegevoegd.
Een specialiteit zijn de Higo-cultivars: zij werden ontwikkeld uit de kruising van Camellia japonica en Camellia rusticana. Sommige liefhebbers hebben er hun hart aan verloren. De Higo's groeien snel, dragen enkele bloemen en hebben opvallende meeldraden. Van de 17de tot de 19de eeuw werden zij geselecteerd in de Higo-provincie door de Samoerai. Lange tijd werden ze verborgen gehouden voor vreemdelingen en zijn ze nog niet erg bekend in het Westen.
Momenteel worden gerichte pogingen ondernomen de oude cultivars terug te vinden in buitenlandse verzamelingen. Een honderdtal hebben zich al gemeld.




Photographer:- André Degeest


This web page created using  Ideas Genie Pro - Software for Plants and Gardens


Click here for more Plant Albums hosted by ideasforgardens.com